Vriendjespolitiek bij sportclubs

Nederland is een sportief land. Meer dan vijftig procent van de bevolking beoefend een sport. Hoewel individueel fitness de meest beoefende sport is van Nederland, zit menig Nederlander ook bij een sportvereniging. En deze worden vaak beheerd door vrijwilligers en sponsors. Deze regeling zorgt soms voor oneerlijkheid in de verdeling van teams en selectie.

In Nederland sport wekelijks z’n 53% van de bevolking. Er is dan ook veel keuze in verschillende sporten. Zo word er veel fitness en hardlopen gedaan. Voetbal staat op plaats drie van meest gespeelde sporten in Nederland.

Je hoort het vaak in de sportjeugd. Wanneer je ouders een deelname leveren aan de club, of simpelweg in een commissie zitten, is de kans dat je in een laag team terechtkomt toch een stuk kleiner en zijn de kansen op een hoog team met meer doorstroommogelijkheden toch heel wat groter.

Ook bij volleybalclubs is dit scenario niet een onwaarschijnlijke. Zo was er een trainer die tussen neus en lippen liet weten dat hij zijn eigen dochter in het team heeft gehaald, ondanks dat ze nog veel te jong was voor het team. Ook zitten de ouders van een speelster al vier jaar in de technische commissie (TC) en speelt zij al die jaren al non stop in de hoogste teams van de club.

Maar dit kunnen allemaal zaken zijn die niets met vriendjespolitiek te maken hebben. Misschien is het puur toeval en zijn deze spelers ook echt goed. Toch valt het op, wanneer je in de vrijwilligerslijst kijkt, dat grotendeel van deze vrijwilligers ouders zijn van de jeugd in de hoge teams.

Maar niet alleen met het maken van de teamindeling, zien de spelers van de club vriendjespolitiek voorbijkomen. Ook tijdens het indelen van de trainingstijden, zien veel teams met ongeloof dat alle hogere teams de gewenste trainingstijden krijgen, en moeten de rest van de teams op vervelende tijden die niet altijd haalbaar zijn.

WhatsApp-Image-2021-12-22-at-12.55.46-PM

Volleybalster Anna merkt bij haar club ook veel vriendjespolitiek en oneerlijke verdelingen. ‘Elk jaar komt er een nieuwe teamindeling en dan merk je dat wanneer ouders in de club bezig zijn, er mensen in een hoog team zitten die niet veel beter zijn dan de rest van de club.’ Anna is het wel gewend, voordat ze begon met volleybal heeft ze een paar jaar gekorfbald en ook daar was vriendjespolitiek aanwezig. Het neemt het plezier in de sport een beetje weg. ‘Elk jaar kijk ik of ik een leuk team zit. Als het niet zo is zou ik er waarschijnlijk mee stoppen.’

Er wordt veel risico’s genomen met de lagere teams. Bij sportverenigingen ligt de focus vaak bij de hogere teams waardoor de lagere teams net te kort komen. Zo kan Anna dit jaar als voorbeeld nemen. Ze begon met een team dat net aan genoeg spelers had, maar als er één iemand zou wegvallen, konden ze al niet meer mee doen met de competitie. Dit zorgde ervoor dat er halverwege het seizoen twee teams samengevoegd werden. ‘Je gaat plots met een compleet nieuw team spelen waar het niveau en leeftijdsverschil ontzettend groot is. Als je kritiek hebt wordt er niet geluisterd en gaan ze voorbeelden geven van jaren geleden die nu niet meer relevant zijn.’

Anna heeft wel wat ideeën hoe de clubs beter met de clubleden om zouden moeten gaan. ‘Als ze meer luisteren naar de spelers en echt kijken naar niveau zouden er al sowieso betere teamverdelingen zijn. Dat zou het sporten een stuk leuker en eerlijker maken.’

[ssba]

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *