De pech in het jonge leven van een pechvogel

22 juni 2018

Tegenwoordig moet je op het rode stoeltje zitten of in de hoek staan, maar echte straffen worden er niet meer uitgedeeld. Tot in de jaren 50 van de vorige eeuw werden kinderen vaak met fysiek geweld gestraft.

Een van die manieren om kinderen te corrigeren was ‘de plak’. Dit was letterlijk een houten plank die werd gebruikt om kinderen op het blote achterwerk te slaan of op de handen. Het Nederlandse gezegde ‘onder de plak zitten’ komt hier ook vandaan. Deze straf werd vaak gegeven onder toeziend oog van de rest van de klas. Het kind geneerde zich hierdoor nog meer en dit zorgde er weer voor dat andere klasgenootjes wel wat langer nadachten voordat ze streken gingen uithalen.

Het pak slaag met de houten plank werd altijd aangekondigd door middel van het gooien van ‘de pechvogel’. Wanneer het kind deze inleverde kon het kind rekenen op de pak slaag. Het gezegde ‘jij bent een pechvogel’ komt dus ook uit deze tijd.

Een andere manier om een kind een welverdiende straf te geven in die tijd was het opzetten van ezelsoren bij het desbetreffende kind. De persoon kreeg de ezelsoren op als hij of zij brutaal was of domme vragen stelde. Hierdoor kon de rest van de klas zien hoe dom hij of zij wel niet was geweest.

Als kinderen anderen hadden gepest, iets hadden gestolen of hadden gelogen dan moesten ze met het schandbord buiten gaan staan. Dit is een bord waarop precies te zien was wat men had gedaan, zodat de hele buurt het ook direct wist.

In de 17e, 18e en 19e eeuw gaven leraren ook wel eens ‘een blok aan het been’ aan een stoute leerling. Dit is een houten blok met een stalen schakel. Dit werd vastgebonden aan het been van de leerling, zodat hij/zij niet weg kon.

De straffen die werden uitgedeeld vergeet ik nooit meer.

— Gloria, 75 jaar

Ze noemden dat de nonnen van de liefde, nou ik heb het geweten.

— Antoin, 79 jaar

Ik rouwde om mijn overleden broertje en mijn meester begreep mij totaal niet.

— mevrouw Veenmans, 80 jaar

Aan het einde van de 19e eeuw in 1820 kwam er in de wet te staan dat er op school niet meer geslagen mag worden. Ondanks dat het in de wet stond, gebeurde het nog wel. Behalve de gruwelijke straffen moesten kinderen zich ook aan strenge gedragsregels houden. Wie een antwoord wilde geven op een vraag moest zijn vinger opsteken. Dit fenomeen wordt tegenwoordig nog steeds op de meeste scholen gebruikt, omdat je anders krijgt dat iedereen door elkaar gaat praten. Verder moesten de kinderen 2 vingers opsteken als ze iets wilden vragen en ze moesten hun hele hand opsteken als ze naar de wc moesten. Was de nood erg hoog? Dan moesten ze op hun bank gaan wiebelen, zodat iedereen wist dat het kind heel nodig moest plassen.

Gelukkig zijn de straffen tegenwoordig een stuk milder geworden en blijft het vaak bij nablijven of bij de juf aan tafel zitten. Er is dus heel veel veranderd door de jaren heen op basisscholen.

De "straffen" die tegenwoordig worden gegeven zijn minder pijnlijk, maar komen misschien wel net zo hard aan. Kinderen moeten bijvoorbeeld een stukje van hun vrije tijd inleveren.

— Esther Vooijs, Museumdocent en onderwijsassistent

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *