IDENTITEIT VERBRAND

"Denk je dat we het gaan overleven Willem?" "Ik houd er rekening mee dat we het niet overleven, Frieda. Maar ik vind dat niet erg."

- Frieda Belinfante en Willem Arondéus

Dit was een woordenwisseling voorafgaand de aanslag op het bevolkingsregister op 27 maart 1943. In de late avonduren vloog het bevolkingsregister van Amsterdam na een paar harde explosies in brand. De reden waarom? Een groep verzetsstrijders wilden hun mede Amsterdammers uit de handen van de Nazi’s houden. Wie was deze groep? En hoe werd deze aanslag uitgevoerd?

Gerrit van der Veen, Koen Limperg, Johan Brouwer, Willem Arondéus, Frieda Belinfante en Willem Sandberg. Een groep buitenbeetjes bij elkaar, dat waren deze zes kunstenaars. Ieder had een eigen verhaal, en hoewel ze bijna geen overeenkomsten hadden was het een hechte groep. Maar één ding hadden ze wel gemeen: je idealen opgeven is geen optie.

De zes kunstenaars waren niet blij met de komst van de tweede wereldoorlog, door de gevolgen werd er namelijk steeds minder omgekeken naar kunst. Mensen konden kunstwerken steeds minder waarderen en betalen, des de langer de oorlog doorging. Hierdoor konden de meeste kunstenaars steeds minder rondkomen van hun werk, en waren de meeste ontevreden. Deze ontevredenheid werd nog meer aangedikt toen de Kultuurkamer werd opgericht.

De Kultuurkamer was namelijk niet zomaar een organisatie, dit was een organisatie opgericht door de Duitsers. Zolang je je aansloot mocht je als kunstenaar je vak blijven uitoefenen, zo niet had je geen baan meer. Om je aan te sluiten bij deze organisatie, moest je een inschrijfformulier en een ariërverklaring invullen. Wat dus betekende dat je als jood je niet mocht aansluiten.

Aangezien Frieda half joods was wilde ze, ondanks dat het met omwegen kon, zich niet aanmelden bij deze organisatie. Om Frieda en andere joden te steunen sloot de rest van de groep zich niet aan bij de Kultuurkamer. In plaats daarvan gingen ze illegaal hun kunstwerken verkopen en andere kunstenaars in nood helpen. Samen richten ze een steunfonds op, dit was om de kunstenaars te financieren die zich niet aan konden/wilden melden.

Het steunfonds vonden ze echter niet genoeg, de groep wilde meer doen. Al snel kwamen ze op het idee om te helpen met persoonsbewijzen te vervalsen. De groep zat avonden lang op een zolderkamer persoonsbewijzen te vervalsen en maakten zo duizenden per maand. Dit deden ze voor Joden, verzetsmensen en jonge mannen die opgeroepen werden om te werken in Duitsland. Het vervalsen bracht een groot risico met zich mee, als je gepakt werd met het vervalsen van deze documenten stond je een zware straf te wachten.

Maar naast de persoonsbewijzen gebruikten de Nazi’s ook het bevolkingsregister, een gebouw vol met persoonsgegevens van mensen. Hierdoor konden ze alsnog eenvoudig erachter komen waar de mensen woonden die ze zochten. Het vervalsen van persoonsbewijzen had hierdoor veel minder zin, aangezien de echte gegevens in de handen lagen van de Nazi’s.

De zes kunstenaars hadden een groot netwerk, en werden vaak uitgenodigd voor feesten. Op een avond, wanneer er weer een feest aan de gang was, kwam Frieda met het idee om het bevolkingsregister op te blazen. Ze hadden het namelijk over het vervalsen van persoonsbewijzen, dat dit moeilijk werk was en niet altijd werkte. Als het bevolkingsregister werd vernietigd, zou een groot deel van hun problemen opgelost zijn. Na wat woorden heen en weer, besloot de groep om het plan uit te voeren.

DE AANSLAG

Ik ben principieel tegen geweld. Als we geweld gebruiken, zijn we niet veel beter dan de nazi’s. Het gebouw opblazen dat kan, maar er mogen absoluut geen doden vallen. Ik raak geen pistool aan!

— Koen Limperg

In de dagen die erna zouden volgen zaten de groep kunstenaars met elkaar rond de tafel om het idee concreet te maken. Een ding wisten ze van het begin zeker: er mochten geen doden vallen. Uiteindelijk kwamen ze met dit plan:

In de avond zullen de mensen die de aanslag zullen uitvoeren verkleedt als politieagenten het gebouw binnen komen, dit doen ze met een smoes. Wanneer ze binnen zijn zullen ze de bewakers overmeesteren met ongeladen pistolen. Dan worden de bewakers vastgebonden en verdooft met een spuitje. Daarna zullen ze ongedeerd in de tuin van Artis neergelegd worden. Daarna is het een kwestie van alle documenten uit de metalenkasten halen en de explosieven klaarzetten. Met brandstof zal de boel worden opgeblazen, waardoor de documenten hopelijk worden vernietigd.

Zodra het plan bedacht was begon de groep met het regelen van alle benodigdheden. Hiervoor hadden ze mensen nodig die ze konden vertrouwen en die mee wilden werken. De kunstenaars hadden geluk dat ze een groot netwerk hadden in het verzet, waardoor ze makkelijker en sneller aan de juiste personen en goederen kwamen. Ze hadden namelijk niet alleen spullen nodig, maar ook medewerking van mensen zelf. Dit was zodat de aanslag zo soepel mogelijk zou verlopen.

Uiteindelijk zouden de volgende namen de aanslag gaan plegen: Willem Arondéus, Gerrit van der Veen, Rudi Bloemgarten, Karl Gröger, Coos Hartogh, Willem Beck, Cees Honing, Guus Reitsma en Sam van Musschenbroek.

Niet alle zes kunstenaars zouden meedoen, Frieda Belinfante en Willem Sandberg werden er niet bij betrokken. Ze wilden namelijk geen vrouwen in de aanslag, daarover kon niet gediscussieerd worden. Ook vonden de mannen Willem Sandberg te zwak om mee te doen, die zou de rest alleen maar in de weg zitten.

Op 12 maart 1943 was het dan eindelijk zover, de dag van de aanslag was aangebroken. De aanslagplegers vertrekken zoals afgesproken vanaf de Prinsengracht 876. Van de 9 mannen waren er maar 2 verkleed als politieagenten, de rest hadden gewone kleding aan met explosieven en brandstoffen eronder verstopt. Terwijl de route richting het bevolkingsregister werd gelopen, passeerden de mannen de Magere Brug. Net op dat moment werden er Joden opgepakt. Het was een hele heldere avond, waardoor de Nazi’s alles goed in de gaten konden houden. Hierom blazen de mannen snel de aanslag af, ze zouden te veel risico lopen.

Al hoewel het overmacht was dat de aanslag niet uitgevoerd kon worden, kwamen de kunstenaren er al snel achter dat ze zich in een paar dingen vergist hadden. Gelukkig maar dat ze het moesten afblazen, anders was het in een drama afgelopen.

Verbeterpunten:

- Er moesten meer mannen verkleed als politieagenten, hierdoor was de kans om gepakt te worden veel minder.
- De explosieven en brandstoffen vallen te veel op als je ze onder je kleding verstopt en kunnen beter apart meegenomen worden.
- De aanslag kan alleen doorgaan als de nacht heel donker is, hierdoor lopen ze minder risico om gezien te worden.

22 maart 1943 was de tweede poging, deze keer gingen de aanslagplegers op pad met hun verbeterpunten. Van de 9 mannen waren er nu 6 verkleed als politiemannen, de 3 overgebleven alsnog in gewone kleding. Maar omdat ze de explosieven en brandstoffen niet meer onder hun kleding dragen, waren ze de goederen vergeten. Er werd door een vrouw die betrokken was bij de aanslag erachter na gereden op de fiets, dit was een gevaarlijke keuze. Eenmaal aangekomen bij het bevolkingsregister, zien de aanslagplegers opeens alle lichten aan. Er zijn schoonmakers. Wederom kan de aanslag niet doorgaan, ze liepen te veel risico.

De groep kunstenaars waren teleurgesteld en boos, dat kon je wel zeggen. Ze begonnen te twijfelen over het plan, of het nog wel een goed idee was. Maar toch kwamen ze tot de beslissing dat ze nu al zover waren, dat ze het alsnog wilden doen. En omdat ze nu meer tijd hadden, keken ze hun plan nog eens goed na. Hierbij kwamen er ook verbeterpunten naar voren.

Verbeterpunten:

- Verkleed alle mannen als politieagenten, wanneer de hele groep er hetzelfde uitzien zullen ze eerder geloofd worden.
- Deze keer konden ze de explosieven en brandstoffen niet vergeten, daar was te veel risico voor. Ze brachten niet alleen hunzelf, maar ook de vrouw van poging 2 in gevaar.

27 maart 1943 werd de derde en laatste poging gedaan, deze keer moest het echt lukken. De aanslagplegers waren meer voorbereid dan ooit, en waren klaar om te gaan. Ja! Ze hadden geen opstoppingen onderweg, het plan kon doorgaan!

FEEST EN VERRAAD

Vanaf het dak van mijn huis zag ik de rode vuurgloed boven Artis. Ik wist, het is gelukt. Ik voelde een kalme genoegdoening.

— Frieda Belinfante


Om negen minuten over elf komt de eerste brandmelding binnen bij de brandweer. Omdat de brandweer op de hoogte gesteld was van de aanslag en mee wilde werken deden ze zo langzaamaan als ze konden. Om geen vermoeden te wekken bij de Nazi’s rukten ze uiteindelijk toch uit, maar snel ging het niet. Eenmaal aangekomen zagen de brandweermannen een gebouw in vuur en vlam, met voor het gebouw een bordje waarop stond EXPLOSIEGEVAAR! De brandweermannen begonnen te blussen, maar met zodanig veel water dat de documenten die niet verbrand waren, wel permanente waterschade opliepen.

De groep kunstenaars waren dolblij, het was daadwerkelijk gelukt! Al snel werd het ene feestje na de andere gegeven, op deze feestjes werden alle betrokkenen uitgenodigd om persoonlijk bedankt te worden. Het waren echte feestjes, die bijzonder waren geworden in deze oorlogsjaren.

Terwijl het geluk bij de verzetsstrijders niet op kon, was het bij de Nazi’s precies het tegenover gestelde. Woedend waren ze, ze moesten en zouden de daders vinden. Heel Nederland heeft het onderhand over de aanslag en de Nazi’s waren bang dat er vaker zulke aanslagen voor zouden komen. Hierom loofden ze een beloning uit voor 10.000 gulden. Degene die de gouden tip had in de zoektocht naar de aanslagplegers kreeg dit behoorlijke bedrag.

Aangezien de meeste mensen die meewerkten met de aanslag verzetsstrijders waren, waren de zes kunstenaars niet bang om verraden te worden. Dat zou immers hypocriet zijn, en ze vertrouwden deze mensen volledig. Toch was er iemand die toegaf aan dit geldbedrag. De naam Joop Hoogsteder werd genoemd. Deze man was koetsier voor de aanslag, wat inhield dat hij hielp met de goederen te transporteren. Joop had opgeschept over zijn deelname aan de aanslag, en was daardoor verraden.

V.L.N.R. Cees Honing, Karl Gröger, Rudi Bloemgarten, Sam van Musschenbroek en Guus Reitsma

De verzetsstrijders hadden een afspraak gemaakt: wanneer je gepakt werd hield je twee dagen je mond. Dit gaf de rest genoeg tijd om onder te duiken nadat je gearresteerd bent. Toch hield Joop zich hier niet aan, en vertelde op de eerste dag al meteen de namen van de aanslagplegers. In 3 weken tijd werden er 22 mensen opgepakt, ieder was betrokken bij de aanslag. Alleen Gerrit van Veen, Frieda Belinfante en Willem Sandberg wisten op tijd onder te duiken.

Normaal deden de Nazi’s geen proces en berechten ze mensen zonder ernaar inhoudelijk te kijken. Opgepakt is schuldig, zo is het in hun ogen. Maar bij deze 22 mensen was het anders. Heel Nederland had het in juni 1943 nog steeds over de aanslag, dus om de bevolking af te schrikken stond er een showproces gepland. Dit pakte echter anders uit dan ze gedacht hadden, en dat was niet ten gunste van de Nazi’s.

Overal waar de verzetsstrijders de Nazi’s konden pakken, deden ze het. Ze hebben een weerwoord, en iedereen stond te kijk van hun moedige houding. Ondanks de houding en het weerwoord werden de straffen hoog. 14 mannen worden ter dood veroordeeld. De andere 8 gevangenen moeten naar een gevangenis of concentratiekamp. Joop Hoogsteder krijgt maar 1 jaar gevangenisstraf. Van de 14 kregen uiteindelijk 2 gratie, waardoor zij ook naar een concentratiekamp gingen.

De ter dood veroordeelde mannen werden samen naar een dodencel gebracht, waar ze hun laatste dagen zouden doorbrengen. Omdat de mannen elkaar goed kennen was de sfeer goed, en werd er vaak vergeten dat het einde nabij was. Toch overheerste de klap dat ze verloren hadden op momenten wel. Wat denk je op dat moment? Wat hebben die paar dagen nog nut als je al weet wat er gaat gebeuren? Zonder iets te kunnen doen, kwelden die gedachten de verzetsmannen enorm.

Als je deze brieft krijgt is alles voorbij, morgenochtend vroeg worden wij gefusilleerd. Het is zoo licht om heen te gaan; er is in ons geen enkele droefheid meer of angst; als je eenmaal zoo dicht bij den dood gekomen bent als wij nu zijn, dan verliest het alle verschrikking

— Willem Arondéus

Op de een na laatste dag kregen de mannen papieren en potloden om hun laatste gedachten op te schrijven. Het waren afscheidsbrieven. Een mooie manier om nog even het hart onder de riem te steken. Ze wilden zeker weten dat hun daad niet vergeten werd, en dat er gestreden zou blijven worden voor de vrede.

1 juli 1943. Het was 4 uur ’s nachts. De mannen in de dodencel werden wakker gemaakt en opgehaald. Samen wandelden ze naar de duinen in Overveen. Het is ondertussen 7 uur ’s ochtend. De blinddoeken werden omgedaan, en daar stonden ze dan. Zij aan zij. De nazi's gingen met hun geweer in positie staan. Het doodvonnis is voltrokken.

Gefusilleerd op 1 juli 1943

Willem Arondéus, 48 jaar
Sjoerd Bakker, 28 jaar
Cornelis Barentsen, 50 jaar
Rudi Bloemengarten, 23 jaar
Johan Brouwer, 45 jaar
Karl Gröger, 25 jaar
Henri Halberstadt, 32 jaar
Coos Hartogh, 26 jaar
Koen Limperg, 34 jaar
Sam van Musschenbroek, 26 jaar
Guus Reitsma, 20 jaar
Cornelis Roos, 30 jaar

Alle dank en credits voor de informatie en foto's/filmpjes naar het Verzetsmuseum Amsterdam.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *