Met veel spanning en Bijbels van grens tot grens

Veel jongeren hebben het niet meegemaakt. Sinds 1991 bestaat het ook niet meer: De Sovjet Unie. Het toenmalige Sovjetgebied duiden wij nu aan met de woorden: ‘Oost-Europa’. Landen als Hongarije, Roemenië, Albanië, Moldavië en nog veel meer landen in het Oostblok behoorden tot de Sojoez Sovjetskich Sotsialistitsjeskich Respoeblik (USSR).

Onder communistisch beleid van verschillende presidenten leefden de mensen 69 jaar lang onder het strenge regime. De landen zijn in deze tijd nooit echt mee ontwikkeld met de westerse landen in Europa. Armoede is nog altijd een groot probleem in deze landen. In de Sovjet tijd werd er streng geregeerd. Op verschillende dingen werden verboden gelegd. Zo werd ook religie verboden. Christenen, joden, moslims en andere religies waren niet meer veilig. Kerken werden gesloten en omgebouwd tot openbare gebouwen.

Om deze christenen te helpen heeft mijn familie zich jaren bezig gehouden met smokkelwerk naar Oost-Europa. Met Stichting Kom over en help zijn er duizenden Bijbels de grens over gesmokkeld, naar landen waar christelijke lectuur verboden was. Tijdens deze reizen heeft mijn familie de spannendste, mooiste en gekste verhalen meegemaakt. Zoveel mogelijk van deze verhalen heb ik geprobeerd samen te vatten in deze longread.

Bijbels, nieuwe vrienden en spannende grenservaringen

De eerste keer dat familie van den Noort vertrok richting het communistische oosten was in 1985. Mijn opa had al eerdere ervaring opgedaan met een ander team en wist dus al wat hem er te wachten stond. Terwijl de kinderen dachten dat ze ‘gewoon’ op vakantie naar Duitsland gingen, stond er een heel ander avontuur op hun te wachten. Dit gezin was één van de weinige gezinnen in Nederland dat dit spannende werk uitvoerde. Mijn opa was de aanvoerder van het team, daarnaast bestond het uit mijn oma en hun zes kinderen waaronder mijn vader. Het gezin leek een goede dekmantel, want bij de Oost-Duitse grens mochten ze al vrij vlot door rijden. Verder in Oost-Duitsland komen ze bij hun aangewezen camping aan. Op deze camping was het verboden om de auto bij de tent te hebben. Maar om de illegale ruimte open te krijgen had je de accu van de auto nodig. Dit is niet te doen zonder gezien te worden. Op een ongezien moment wordt de auto snel opgehaald. Vliegensvlug wordt er contact gelegd met de vloer van de camper en de vloer springt open. Daarna wordt super snel de auto weer wegbracht. Zes volle slaapzakken met Bijbels werden vanuit de camper in de tentjes van de kinderen gelegd. Daarna moesten de zakken in de auto. Dat lukte maar al snel werd de auto een bezienswaardigheid op de camping. Opa besloot om direct weg te gaan en de Bijbels direct weg te brengen. Ze rijden nog geen honderd meter en ze staan in een rij auto’s. Er is een controle van de politie omdat er een feestdag is. De politie wenkt het gezin uit de rij. De harten gingen harder bonken, wat gaat er gebeuren? De politie maakt, tot grote opluchting van het gezin, een gebaar dat ze door mogen rijden. Kennelijk omdat de controle alleen voor Oost-Duitsers was bedoeld. Aangekomen op het adres van de ontvanger kijkt de dominee wat verbaasd dat het gezin op klaarlichte dag naar hem toekomt. De lading wordt snel uitgeladen en het gezin rijd daarna met een voldaan gevoel terug naar de camping.

Dominee Popov
De tweede reis van het gezin was richting Bulgarije. Er werd vertelt dat de grens bij Dimitrovgrad, tussen Joegoslavië en Bulgarije, ‘streng’ is. Met een gespannen gevoel bereikt het gezin de beruchte grens. Een douanier gebaart het gezin naar hem toe. Hij controleert de paspoorten en kijkt nog eens goed naar mijn oma en daarna naar mijn opa. ‘’Is dat u vrouw?’’ ‘’Ja, natuurlijk,’’ antwoord opa. Daarna vraagt de douanier: ‘’En zijn al die kinderen van haar alleen?’’ ‘’Ja, en ook van mij’’, zei opa. Daarop roept hij een paar collega’s en vertelt vol trots dat hij een vrouw ontdekt heeft, die zes kinderen heeft voortgebracht. Het ijs was gebroken en ze konden door rijden.

Ze rijden door naar de stad Sumen waar dominee Popov woont. Op een kilometer afstand parkeren ze de camper en gaan te voet naar het huis. Een paar gezinsleden blijven bij de camper om nieuwsgierigen op afstand te houden. Dominee Popov is een bekend predikant in Bulgarije, hij wordt ook nauwlettend in de gaten gehouden door de geheime politie. Wanneer het gezin samen met de dominee de straten gaat verkennen om een losplaats te bepalen zegt de dominee: ‘’Hinter uns ist ein Spitzel. Sehe nicht um. Grüsse mich auch nicht. Auf dem nächsten Kreuzung heute Abend um elf Uhr.‘‘ (zie voor de vertaling de sidenote onderaan dit hoofdstuk)

Met een geschokt gevoel loopt de familie terug richting de camper. Loopt hij nog achter ons? Heeft hij ons gehoord? Is hij er vanavond ook? Bedenken ze zichzelf. Ze rijden de stad uit en zoeken een rustig plekje om de Bijbels tevoorschijn te halen. Terwijl de rest van het gezin buiten bezig is moet opa even ‘slapen’. In werkelijkheid maakt hij samen met zijn oudste zoon de bergplaats los. Opeens schrikken ze van een harde tik op de camper. Dit was een teken die ze hadden afgesproken als er gevaar aankwam. Er kwam een Bulgaarse militair aan. Vol spanning zaten mijn opa en mijn oom in de camper te wachten wat er gebeuren zal. Mijn oma legt in het Duits uit dat haar man aan het slapen is. De strenge stem van de Duitse militair maakt duidelijk dat de camper zich op militairterrein bevind en dat ze onmiddellijk weg moeten. Maar dat betekend rijden met een open vloer! Als ze nu een keer wordt aangehouden dan zijn ze het haasje. Mijn opa kruipt snel achter het stuur terwijl de rest van de kinderen de Bijbels vliegensvlug in plastic zakken stopt.

Precies om elf uur ’s avonds stond mijn opa samen met zijn oudste zoon bij het afgesproken kruispunt om de Bijbels over te leveren aan dominee Popov. Daar stond de oude man verscholen tegen een boom. Toen hij de eerste twee zakken kreeg aangereikt rende hij naar zijn huis en voordat je het wist was hij terug om de volgende lading aan te pakken. Nadat hij alle ladingen meegenomen had zei hij kort: ‘’Gott sei mit euch’’ (God zij met jullie). En hij verdween. Later die nacht kreeg de dominee nog een huiszoeking, maar gelukkig voor hem had hij ze goed verstopt zodat de politie niks gevonden had.

Het smokkelen van Bijbels was natuurlijk niet zonder enig gevaar. Er waren grote risico’s aan verbonden. Zo was bijvoorbeeld de afzender niet altijd veilig. Het kon zomaar zijn dat je in het vizier kwam bij de geheime dienst van het betreffende land. Om dit zo goed mogelijk te doen kreeg Stichting Kom over en Help de hulp van een andere christelijke stichting: Open Doors. Deze stichting was ook bezig met illegale transporten. Het de hulp van Open Doors werd er een camper gemaakt waarin een illegale ruimte zat waarin de Bijbels verstopt werden.

Het verstoppen van de Bijbels moest in het diepste geheim gebeuren. Dit gebeurde via zogeheten: units. Daarnaast organiseerde de units de transporten naar Oost-Europa. In Nederland waren er vier units: één in Zeeland, één in Noord-Holland en twee in Overijssel. Elke unit moest zorgen voor een team die naar Oost-Europa zou vertrekken. Het meest geschikte team volgens unitleden zou een gezin zijn. Dit is namelijk een fantastisch dekmantel. Want het zou logischer zijn als een gezin op vakantie zou gaan dan dat bijvoorbeeld twee jongemannen op vakantie gaan.

Ook gebeurde het wel eens dat de douaniers bij de grens de Bijbels ontdekten. Eens ging er een wat oudere man met zijn zoon op pad. De camper zat vol met Bijbels en zwarte pakken voor de dominees in Oost-Europa. Bij de Roemeense grens aangekomen vroeg de douanier: ‘’Heeft u Bijbels bij u?’’ ‘’Nee,’’ zei één van de mannen. Toch komt een van de douaniers er achter dat er een dubbele bodem in de camper zat. De illegale ruimte moest opengemaakt worden. De douaniers werden woest toen ze de lading zagen en sloegen de camper kort en klein. Nadat de mannen een boete van enkele tienduizenden guldens hadden betaald reden ze zonder Bijbels terug met de zwaar gehavende camper.

Ver van te voren werd er ook contact gelegd met de ontvangers. Dit gebeurde doormiddel van brieven. Er moest wel opgepast worden wat je in de brief schreef want alle post werd in die tijd gelezen door de geheime politie. In de brief werd er dus met codetaal gewerkt om zo toch duidelijk te maken wanneer de illegale transport zal aankomen bij de ontvanger. Zo stond er meestal boven aan de brief een datum. Om voor de ontvanger uit te rekenen wanneer de transport zou aankomen moesten ze bij de datum twee maanden en twee dagen erbij optellen. Zo stond er bijvoorbeeld boven aan de brief 17 maart, dat zou dus betekenen dat de transport 19 mei zou aankomen.

Allerlei grensverhalen
Het spannendste gedeelte van de reis waren de grenzen. Bij elke grens wachtte je in spanning af of de douaniers de lading zouden ontdekken. Soms kon het uren duren voordat je de grens over was. De camper werd altijd grondig gecontroleerd. Veel grenzen waren uitgerust met afluisterapparatuur. Ze konden dus verstaan wat je allemaal vertelde in de auto. Het was dus belangrijk dat je niet over belangrijke zaken ging spreken. De Oost-Duitsers waren dan ook meesters in het speuren. Wanneer je over de grens was hoefde je niet altijd veilig te zijn. De geheime politie lag namelijk overal in de Sovjet-Unie op de loer.

Grens bij Russe

Nadat de Sovjet-Unie gevallen was werden de grenscontroles minder streng. Zo werd er bijvoorbeeld niet meer gespeurd op Bijbels. Maar wat nu het grote probleem was bij de grens waren de omkopingen. Bij een controle werden spullen in beslag genomen door een douanier en doorverkocht aan zijn maatjes. Mijn opa maakt in 1991 samen met een collega een rondreis door Bulgarije en Roemenië. Ze weten van te voren dat het lastig is om aan benzine te komen in Roemenië. Daarom hadden ze een jerrycan vol benzine vanuit Bulgarije meegenomen. Bij de Roemeense grens bij Russe ontdekt de douanier deze jerrycan. Hij gebood om deze weg te brengen naar een parkeerplaats waar hij naar wees. Daar staat natuurlijk een van zijn maatjes die het in ontvangst zou nemen. Mijn opa wilde de jerrycan niet afstaan. Dit betekende dat hij het land niet in mocht. Vervolgens pakte mijn opa de jerrycan, draaide de dop eraf en begon deze leeg te gieten op de grond. De douanier zei dat hij daar heel snel mee moest stoppen. Opa mocht daarna weer inladen en doorrijden.

De grens bij Cernovce

Bij een grensovergang was het altijd lang wachten. Dit kwam ook omdat de douaniers extreem lui waren. Toen mijn opa van Oekraïne naar Roemenië wilde bij de grens van Cernovce stond hij in een rij van twaalf auto’s. Hij stond er twee uur zonder een meter op te schieten. Toen is mijn opa maar eens bij de grenspost gaan kijken. Wat bleek? De douaniers hadden een voetbalwedstrijd uitgeschreven waar ze volop mee bezig waren. Niemand durfde er wat van te zeggen. Uiteindelijk heeft de grenspassage zes uur geduurd.

Zoals al eerder vertelt gebeurde er vreemde dingen bij de grenzen. Zo kon je bijvoorbeeld voor vijftig Duitse Marken jouw auto door een ‘specialist’ voor aan in de rij zetten. Maar niemand gunde elkaar een centimeter. Iedereen schoof bumper aan bumper naar voren. Zo ontstonden er zelfs vechtpartijen. Er gebeurde veel gekke dingen bij de grenzen.

Stichting Kom over en help en Oost-Europa nu

Al die jaren dat mijn opa en oma naar de Sovjet-Unie vertrokken deden ze dit voor Stichting Kom over en help. Dit is een stichting die al meer dan 40 jaar hulp verleent aan landen in Oost-Europa en in het Kaukasusgebied. Ook vandaag de dag nog wordt er volop hulp verleend aan deze landen. Sinds korte tijd is Rijk van Ginkel, die hiervoor al bekend was met de stichting, hier directeur en kan een hoop vertellen over Stichting Kom over en help.

Van Bijbels smokkelen tot het uitdelen van soep
Kom over en help is een christelijke stichting die helpt met de ontwikkeling van landen in Oost-Europa en het Kaukasusgebied. De stichting bestaat officieus sinds 1970, officieel sinds 1974. In deze tijd stond Oost-Europa beter bekend onder de naam Sovjet-Unie. Door het strenge regime in dit land was religie verboden. Zo was ook het christendom illegaal in de Sovjet-Unie. Toch waren er verschillende plekken waar christelijke mensen uit de Sovjet-Unie in het geheim bij elkaar kwamen. Speciaal voor die mensen bood Stichting Kom over en help hulp. Er werden vanuit Nederland veel spullen voor de kerken in de Sovjet-Unie gesmokkeld. Er werden vooral veel Bijbels gesmokkeld. Bijbels waren uiteraard illegaal in de Sovjet.

‘’Na een lange tijd van Bijbels smokkelen heeft Kom over en help zich gericht op concrete hulp. Dat betekende dus dat we bijvoorbeeld soep gingen uitdelen aan de mensen’’, vertelt van Ginkel. ‘’Nu richten we ons vooral op het ondersteunen van de landen. Zij doen nu alles grotendeels zelf en wij ondersteunen daarbij.’’

In het verleden heeft Kom over en help in veel verschillende landen gewerkt. De stichting werkte in landen als Oekraïne, Bulgarije of Roemenië. Door de jaren heen is het werkgebied een beetje opgeschoven richting het Kaukasusgebied. Momenteel is Kom over en help in vijf landen werkzaam: Oezbekistan, Moldavië, Georgië, Albanië en Armenië. Rijk van Ginkel zegt: ‘’Bij sommige landen zijn we gestopt met het geven van hulp omdat die landen het dan zelfstandig kunnen. Een voorbeeld is: nadat Bulgarije zich had aangesloten bij de Europese Commissie in 2007 hoefde wij geen hulp meer te verlenen omdat het land vanaf toen geld kreeg van Europa. Eigenlijk is dat ook ons doel, dat wij niet meer nodig zijn.’’

Samen met andere christelijke organisaties verleent Kom over en help hulp in Oost-Europa en in de Kaukasus. De meeste hulp komt van niet-gouvernementele christelijke organisaties. Dit zijn voornamelijk kerken. Vanuit daar gaan er groepen naar het werkgebied. ‘’Door met al deze organisaties samen te werken proberen we sterker te worden’’, vertelt van Ginkel.

Christelijke hoop
Net als mijn familie heeft Rijk van Ginkel ook bijzondere verhalen meegemaakt in Oost-Europa. Van Ginkel laat op zijn computer een foto zien die hij heel bijzonder vind. Op de foto (zie hier onder) lijkt het alsof er twee verschillende dames op staan maar van Ginkel vertelt: ‘’Dit zijn de twee zelfde dames met een paar jaar verschil. Ik vind deze foto bijzonder omdat je kan zien dat de hulp van Kom over en help daadwerkelijk doorslaat.’’ Daarna vertelt hij een verhaal dat hij mee had gemaakt in Oekraïne. ‘’Ooit ben ik een keer voor Kom over en help in Oost-Oekraïne geweest. Dit is een echt oorlogsgebied. Het onkruid nam het hele dorpje over waar ik was. Samen met de mensen waar ik mee naar Oekraïne was gegaan zaten we in een klein typisch kerkje met een kruis aan de muur. Terwijl we daar zaten liep de kerk langzaam vol met oude mensen maar ook jongeren en zelfs kinderen. Toen ik weg ging van het kerkje besefte ik me pas hoe bijzonder het was dat er in zo heftig oorlogsgebied toch nog christelijke hoop leeft, dat gaf mij een bijzondere ervaring.’’

Van Ginkel doet al lang aan ontwikkelingshulp. Eerder deed hij dat voor andere organisaties in onder andere Angola of Syrië. Hij vertelt over zijn ervaring met Oost-Europa dat je er bijna depressief van wordt als je kijkt naar de vergaande glorie van de voormalig Sovjet landen. ‘’In Georgië is het bijvoorbeeld nog duidelijk zichtbaar. De hoofdstad Tbilisi ziet er goed ontwikkeld uit maar wanneer je de hoofdstad uitrijd dan zie je overal onderontwikkelde dorpen met verlaten fabrieken.’’ Als van Ginkel terugkijkt op zijn ervaringen met de mensen in Oost-Europa dan kijkt hij daar positief op terug. ‘’Wanneer je een poos met de mensen optrekt dan worden de landen vanzelf mensen. Je krijgt veel contact met mensen en je leert de cultuur kennen. De hulp is daar nog wel hard nodig maar gelukkig zijn er naast ons nog meer hulpdiensten die daar hulp bieden.’’

Met veel spanning Bijbels smokkelen
‘’Ooit ben ik met vier vrienden naar Oost-Europa gegaan om Bijbels te smokkelen. Jouw opa was onze coördinator en gaf ons de laatste tips. Vlak voordat wij vertrokken las hij met ons een tekst uit de Bijbel: 2 Koningen 6 (zie voor volledige tekst sidenote onderaan de tekst). Daarin stond een verhaal over de stad Samaria dat werd omsingeld door de vijanden maar uiteindelijk door de kracht van God werd bevrijd.’’ Toen van Ginkel en zijn vrienden bij de Hongaarse grens kwamen werden ze tegengehouden door de douane. ‘’De douane doorzocht onze hele auto en onze kar. We zaten in volle spanning, want hopelijk zouden ze niet naar de dubbele bodem kijken in onze kar waar alle Bijbels liggen.’’ En inderdaad begint een van de douaniers aan het vloerkleed van de kar te plukken waar de Bijbels onder lagen. ‘’Ik dacht: dit was het, we zijn erbij’’ maar er gebeurde gelukkig niets en het viertal kon door rijden. Daarna zijn de vrienden nog een aantal keer goed weggekomen. ‘’Precies wat jouw opa ons meegaf voordat wij vertrokken gebeurde recht voor onze neus in werkelijkheid.’’

Na dat de Sovjet-Unie gevallen was heeft mijn familie nog een aantal keer het Oostblok bezocht. Tot op de dag van vandaag is mijn opa nog steeds betrokken bij Oost-Europa. De vrienden die daar gemaakt zijn zoekt hij nog regelmatig op. Vanaf Moldavië tot Albanië. Ook in Nederland heeft hij veel naamsbekendheid gemaakt. Iedereen die in Nederland iets te maken had met het werk in de Sovjet-Unie kende die ene familie uit Kampen. Familie van den Noort.

Dick van den Noort schreef in 2007 zelf een boek over al zijn ervaringen. Dit boek kreeg een mooie titel, ook om deze longread af te sluiten met de woorden waar het allemaal om draaide: Slave ne Bog! wat betekend: Looft de Heere!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *